Begrippenlijst woninginrichting, van martindale tot zwaluwstaart

Begrippenlijst wonininrichting

De woonbranche zit vol met termen die nergens goed worden uitgelegd. Wat zegt martindale nu eigenlijk? Wat is het verschil tussen kernhout en spinthout? En wanneer heeft u iets aan een pocketvering?

Hieronder staan de begrippen uit onze lesstof, met een uitleg in gewone taal.

A

Acanthusblad — Gestileerd bladmotief uit de klassieke bouwkunst, herkenbaar aan de diep ingesneden lobben. Komt terug in vrijwel elke stijlperiode, van de Romeinse zuil tot het negentiende-eeuwse buffet. *Binnenhuisadvies*

Anilineleer — Leer dat alleen met doorzichtige kleurstof is geverfd, zonder dekkende laag. De natuurlijke nerf en alle oneigenlijkheden blijven zichtbaar. Mooiste soort, en meteen de gevoeligste voor vlekken en licht. *Meubels*

Appretuur — Nabehandeling van een weefsel om er een eigenschap aan toe te voegen: vuilafstotend, kreukherstellend, vlamvertragend. Een appretuur zit op de stof, niet in de vezel, en slijt dus. *Textiel*

ABS-kant — Kunststof randafwerking op plaatmateriaal, gelijmd op de zaagkant. Steviger en beter bestand tegen stoten dan een papieren melaminekant. *Hout*

B

Blauwschimmel — Schimmel die zich in het spinthout van naaldhout nestelt en het blauwgrijs verkleurt. Tast de sterkte nauwelijks aan, maar is bij zichtwerk onbruikbaar. *Hout*

Blinde romp — Kastdeel dat niet in het zicht komt, bijvoorbeeld de achterwand of de binnenkant van een ombouw. Wordt vaak in goedkoper materiaal uitgevoerd dan de zichtromp. *Meubels*

Boktor — Kever waarvan de larve gangen vreet in naaldhout. De uitvliegopeningen zijn ovaal, ongeveer 6 tot 10 millimeter — groter dan die van de houtworm. *Hout*

Bouclé — Weefsel met kleine lusjes in het oppervlak, waardoor het wollig en onregelmatig oogt. Populair in meubelstoffering; let op de gevoeligheid voor pluizen bij huisdieren. *Textiel*

Brutomarge — Verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs, uitgedrukt in euro's of in procenten. Zegt niets over winst: daar gaan alle kosten nog vanaf. *Verkopen*

C

Chenille — Weefsel gemaakt met een garen dat rondom van vezeltjes is voorzien, waardoor het fluweelachtig aanvoelt. Warm en zacht, en gevoelig voor het zichtbaar blijven van zitplekken. *Textiel*

Chroomlooiing — De meest gebruikte manier om huid tot leer te maken, met chroomzouten. Snel, soepel resultaat, goed watervast. Tegenover plantaardige looiing, die trager is en steviger leer geeft. *Meubels*

Ciseleerwerk — Fijn bewerkte metalen versiering, vaak op meubelbeslag. Kenmerkend voor achttiende-eeuwse Franse meubels. *Binnenhuisadvies*

CNC-frezen — Computergestuurd frezen van plaatmateriaal. Maakt exacte, herhaalbare vormen mogelijk en is de reden dat maatwerk betaalbaar is geworden. *Hout*

Conformiteit — Wettelijk begrip: een product moet doen wat de koper er redelijkerwijs van mag verwachten. Voldoet het daar niet aan, dan heeft de koper recht op herstel, vervanging of geld terug. Staat los van fabrieksgarantie en geldt vaak langer. *Verkopen*

Contactschaduw — De donkere lijn precies daar waar een voorwerp de ondergrond raakt. Zonder die schaduw lijkt een getekend meubel te zweven. *Binnenhuisadvies*

D

Decompressiezone — De eerste twee tot drie meter na de winkelingang. Klanten nemen daar vrijwel niets waar omdat ze zich aanpassen aan licht, geluid en ruimte. Zet er dus niets belangrijks neer. *Verkopen*

Deuvel — Houten pen die twee delen verbindt, meestal in combinatie met lijm. Goedkoper dan een pen-en-gatverbinding en minder sterk. *Hout*

Doorgestikt — Kussen waarvan de vulling met stiksels op zijn plaats wordt gehouden, zodat hij niet kan verschuiven. Blijft langer in vorm dan een los gevuld kussen. *Meubels*

Doorzonkamer — Woonkamer met ramen aan voor- en achterzijde, kenmerkend voor de Nederlandse rijtjeswoning. Lastig in te delen omdat de looplijn dwars door de ruimte loopt. *Binnenhuisadvies*

Draaddichtheid — Aantal draden per vierkante centimeter of inch in beddengoed. Hoger betekent fijner en meestal zachter, maar boven een bepaald punt zegt het weinig meer. *Slapen*

Drukverdeling — Het vermogen van een matras om lichaamsgewicht te spreiden, zodat schouder en heup wegzakken en de taille ondersteund blijft. De kern van matrasadvies. *Slapen*

Dwarsgespannen — Weefsel waarvan de ketting horizontaal loopt ten opzichte van de meubelvorm. Bepaalt hoeveel stof er nodig is en hoe het dessin uitkomt. *Textiel*

E

Eierlijst — Klassiek lijstornament van afwisselend eivormen en pijlpunten. Zit vaak onder een kroonlijst. *Binnenhuisadvies*

Espagnolette — Sluitwerk voor dubbele deuren of ramen, waarbij één handgreep pennen boven én onder vergrendelt. Ook de naam van een achttiende-eeuws vrouwenkopje als meubelversiering. *Meubels*

EU Ecolabel — Europees milieukeurmerk voor producten met aantoonbaar lagere milieubelasting over de hele levensduur. Vrijwillig en onafhankelijk gecontroleerd. *Textiel*

Evenwichtsvochtgehalte — Het vochtpercentage waarbij hout in evenwicht is met de lucht eromheen. In een verwarmd huis ligt dat rond de 8 tot 10 procent; hout dat natter is geleverd, gaat werken. *Hout*

F

Filamentgaren — Garen gemaakt van eindeloos lange vezels, zoals zijde en de meeste synthetische vezels. Glad en glanzend, tegenover stapelgaren dat uit korte vezels is gesponnen. *Textiel*

Fineer — Dun blad hout, doorgaans 0,5 tot 3 millimeter, verlijmd op een ondergrond. Geen goedkope namaak maar een techniek: fineer maakt tekeningen mogelijk die uit massief hout niet te zagen zijn, en het werkt minder. *Hout*

G

Galzeep — Zeep met runder- of ossengal, werkt als emulgator: het maakt vet oplosbaar in water. Een van de oudste en nog steeds beste middelen tegen vet- en eiwitvlekken. *Textiel*

Gekantrecht — Hout waarvan de zijkanten recht en haaks zijn gezaagd, zonder schors of wankant. Tegenover ongekantrecht, waar de natuurlijke boomrand nog aan zit. *Hout*

Gepigmenteerd leer — Leer met een dekkende kleurlaag. Egaler van kleur, beter bestand tegen vlekken en licht, en minder ademend dan anilineleer. Het meest verkochte meubelleer. *Meubels*

Glansgraad — Mate waarin een verflaag licht weerkaatst, van mat tot hoogglans. Hoe hoger de glans, hoe harder de laag en hoe genadelozer hij oneffenheden toont. *Binnenhuisadvies*

Grondlijn — In een perspectieftekening de lijn waar het grondvlak het tekenvlak snijdt. Samen met horizon en vluchtpunt de basis van elke ruimtetekening. *Binnenhuisadvies*

H

Hardhout — Hout van loofbomen. De naam misleidt: balsa is loofhout en zacht, grenen is naaldhout en betrekkelijk hard. Het onderscheid gaat over de boomsoort, niet over de hardheid. *Hout*

Herme — Zuil die bovenaan uitloopt in een menselijk hoofd of bovenlijf. Klassiek motief, veel gebruikt op renaissancekasten. *Binnenhuisadvies*

Horizon — In een perspectieftekening de ooghoogte van de kijker. Alles boven de horizon zie je van onderen, alles eronder van boven. *Binnenhuisadvies*

Houtworm — Larve van de gewone houtwormkever. Vreet gangen in spinthout; de uitvliegopeningen zijn rond en ongeveer 1 tot 2 millimeter. Vers boormeel betekent dat de aantasting actief is. *Hout*

Huiszwam — De gevaarlijkste houtaantaster in gebouwen. Kan door metselwerk groeien en zijn eigen vocht meenemen, waardoor hij ook droog hout aantast. Altijd een bouwkundig probleem. *Hout*

I

Incourant — Voorraad die niet meer verkoopt: uit de collectie, uit de mode, of beschadigd. Kost geld zolang hij staat. *Verkopen*

Inlaatslot — Slot dat in een uitgefreesde sparing in het hout wordt gelegd. Netter dan een oplegslot en zwakker dan een insteekslot. *Meubels*

Inslag — De draad die dwars door de ketting heen wordt geweven. Ketting en inslag samen bepalen de binding en daarmee het karakter van het weefsel. *Textiel*

Intarsia — Inlegwerk waarbij stukjes hout, ivoor of parelmoer in een ondergrond worden verzonken tot een voorstelling. Onderscheidt zich van marquetterie doordat de stukjes in het massief zitten. *Hout*

J

Jersey — Gebreide stof in plaats van geweven, en daardoor rekbaar. In beddengoed comfortabel en kreukvrij, maar minder koel dan percal. *Slapen*

K

Kalanderen — Weefsel onder hoge druk tussen walsen doorvoeren, waardoor het gladder en glanzender wordt. De werking verdwijnt bij wassen als hij niet is gefixeerd. *Textiel*

Kernhout — Het binnenste, oudere deel van de stam. Donkerder, harder en duurzamer dan spinthout omdat de cellen zijn dichtgegroeid met inhoudsstoffen. *Hout*

Ketting — De draden die in de lengte op het weefgetouw gespannen staan. De inslag gaat daar dwars doorheen. *Textiel*

Kleurechtheid — Mate waarin een kleur standhoudt tegen licht, wrijven of wassen. Wordt apart beoordeeld: lichtechtheid op een schaal van 1 tot 8, wrijf- en wasechtheid van 1 tot 5. *Textiel*

Kleurtemperatuur — Kleur van licht, uitgedrukt in kelvin. Lager is warmer en geler, hoger is koeler en blauwer. Voor woonruimtes ligt het bruikbare gebied tussen 2200 en 2700 kelvin. *Binnenhuisadvies*

Kringporig — Houtsoort waarbij de grote vaten in een ring aan het begin van elke jaarring liggen, zoals bij eiken en essen. Geeft een uitgesproken tekening. Tegenover verspreidporig, zoals beuken. *Hout*

Kromtrekken — Vervorming van hout doordat het ongelijk uitdroogt of eenzijdig vocht opneemt. Onder te verdelen in schranken, wringen en kommen, afhankelijk van de richting. *Hout*

Kwartiers gezaagd — Hout gezaagd loodrecht op de jaarringen, waardoor een rechte, rustige nerf ontstaat. Werkt minder dan dosse gezaagd hout en is duurder omdat er meer verlies is. *Hout*

L

Ladderback — Stoeltype met horizontale latten in de rugleuning, als de sporten van een ladder. Van oorsprong een landelijke stoel, later door ontwerpers opgepakt. *Binnenhuisadvies*

Lakgordijn — Gordijnstof met een gelakte of gecoate afwerking, waardoor hij licht weert en glanst. Vraagt om een rustige omgeving; het is een nadrukkelijk materiaal. *Textiel*

Latex — Matrasmateriaal van natuurlijk of synthetisch rubber. Verend, zwaar en duurzaam, met een goede drukverdeling en een eigen, wat stuiterend ligcomfort. *Slapen*

Lichtechtheid — Weerstand van een kleur tegen verbleken door daglicht, op een schaal van 1 tot 8. Voor gordijnen op het zuiden is minder dan 5 vragen om problemen. *Textiel*

Lumen — Eenheid voor de hoeveelheid licht die een lamp afgeeft. Vervangt de oude watt-aanduiding, die alleen het verbruik aangaf. *Binnenhuisadvies*

M

Maniërisme — Stijlperiode tussen renaissance en barok, waarin de klassieke regels bewust worden opgerekt: verlengde vormen, gewrongen houdingen, opvallende versiering. *Binnenhuisadvies*

Marquetterie — Inlegwerk waarbij een hele fineerlaag uit verschillende houtsoorten wordt samengesteld en als geheel opgelijmd. Onderscheidt zich van intarsia doordat het niet in massief hout is verzonken. *Hout*

Martindale — Maat voor slijtvastheid van meubelstof, uitgedrukt in het aantal wrijfbewegingen tot de stof doorslijt. Zegt iets over slijtage, maar niets over pluizen, kleurechtheid of vlekgevoeligheid — en dat is precies waar het meestal misgaat in het advies. *Textiel*

Meander — Doorlopend hoekig lijnmotief, ook wel Grieks sleutelpatroon. Klassiek randornament. *Binnenhuisadvies*

Merceriseren — Katoen onder spanning in loog behandelen, waardoor de vezel opzwelt, glanzender wordt en beter kleur opneemt. Blijvend effect. *Textiel*

N

Nee-verkoop — Een klant vraagt iets dat er niet is. Kost direct omzet en is bovendien het moment waarop iemand besluit ergens anders te kijken. *Verkopen*

Negatieve ruimte — De lege ruimte om een voorwerp heen. Geen restruimte maar een middel: ruimte om iets heen maakt het belangrijk. *Styling*

Nerflaag — De bovenste, dichtste laag van een huid, met het natuurlijke patroon. Wordt bij splitleer weggesneden; wat overblijft is de zwakkere onderlaag. *Meubels*

Non-woven — Vezelvlies dat niet is geweven of gebreid, maar mechanisch, thermisch of chemisch aan elkaar gehecht. Veel gebruikt als tussenlaag in meubels en matrassen. *Textiel*

Nubuck — Leer waarvan de nerfzijde licht is geschuurd tot een fluweelachtig oppervlak. Mooi en zeer gevoelig voor vet en vocht. *Meubels*

O

OEKO-TEX Standard 100 — Keurmerk dat garandeert dat een textielproduct is getest op schadelijke stoffen. Zegt iets over gezondheid, niet over milieubelasting of arbeidsomstandigheden. *Textiel*

Omloopsnelheid — Hoe vaak de voorraad in een jaar wordt omgezet. Hoge omloopsnelheid betekent minder geld in het schap en minder risico op incourant. *Verkopen*

Ongekantrecht — Hout waarvan de natuurlijke boomrand nog aan de zijkant zit, inclusief wankant. Populair in tafelbladen. *Hout*

Ontschlichten — Het verwijderen van de sterkende laag die tijdens het weven op de kettingdraden zat. Gebeurt voor het verven en veredelen. *Textiel*

Opslagfactor — Getal waarmee de inkoopprijs wordt vermenigvuldigd om tot de verkoopprijs te komen. Moet alle kosten en het risico op incourant dekken. *Verkopen*

P

Palmet — Waaiervormig bladmotief, van oorsprong Egyptisch en Grieks. Komt terug in classicisme en empire. *Binnenhuisadvies*

Parelijst — Lijstornament van een rij aaneengeregen bolletjes. *Binnenhuisadvies*

Parketterie — Inlegwerk met geometrische patronen in plaats van voorstellingen. De vloer met dezelfde naam is ervan afgeleid. *Hout*

Percalkatoen — Dicht geweven katoen met een matte, koele en gladde uitstraling. Het klassieke hotellinnen. Tegenover katoensatijn, dat glanzender en warmer aanvoelt. *Slapen*

Plantaardige looiing — Leer looien met looistoffen uit boomschors. Trager en duurder dan chroomlooiing, geeft steviger leer dat mooi patineert. *Meubels*

Pocketvering — Verenstelsel waarbij elke veer in een eigen zakje zit. De veren reageren afzonderlijk, waardoor de drukverdeling beter is en u de bewegingen van uw partner minder voelt. *Slapen*

Poolweefsel — Weefsel met opstaande vezels, zoals velours en fluweel. Bij een open pool staan de vezels los, bij een dichte pool staan ze dicht opeen. Poolrichting bepaalt hoe de kleur oogt — vandaar dat één baan anders kan lijken dan de andere. *Textiel*

R

REM-slaap — Slaapfase met snelle oogbewegingen, waarin het meeste gedroomd wordt. Wisselt zich gedurende de nacht af met lichte en diepe slaap in cycli van ongeveer anderhalf uur. *Slapen*

ROPO — Research Online, Purchase Offline: online oriënteren en in de winkel kopen. Het dominante koopgedrag in de woonbranche en de reden dat een goede productpagina ook offline omzet oplevert. *Verkopen*

Rozet — Rond, symmetrisch bloemornament. Een van de meest voorkomende versieringen op meubels. *Binnenhuisadvies*

Ruwen — Het oppervlak van een weefsel opruwen zodat er vezeltjes uitsteken. Maakt de stof zachter en warmer; flanel ontstaat zo. *Textiel*

S

Sater — Bosgeest met bokkenpoten uit de klassieke mythologie, veel gebruikt als meubelversiering in renaissance en barok. *Binnenhuisadvies*

SG-waarde — Soortelijk gewicht van schuim, in kilogram per kubieke meter. Zegt iets over duurzaamheid, niet over hardheid: SG 45 gaat langer mee dan SG 25, maar kan zachter of harder zijn. Onder SG 35 is voor dagelijks gebruik te licht. *Meubels*

Schranken — Vervorming waarbij een plank in de lengte scheluw trekt. Een van de vormen van kromtrekken. *Hout*

Sfeeropstelling — Een complete woonsituatie in de winkel in plaats van losse producten. Verkoopt het geheel én de aankleding eromheen, en dat laatste is het assortiment met de hoogste marge. *Verkopen*

Showrooming — In de winkel kijken en voelen, en daarna online kopen. De tegenhanger van ROPO. *Verkopen*

Slagschaduw — De schaduw die een voorwerp op zijn omgeving werpt, tegenover de eigen schaduw op het voorwerp zelf. *Binnenhuisadvies*

Splitleer — De onderlaag die overblijft als een huid in lagen wordt gespleten en de nerf eraf gaat. Zwakker dan nerfleer; vaak voorzien van een opgedrukte kunstnerf. *Meubels*

Spinthout — Het buitenste, jongere deel van de stam, waar het sap nog door stroomt. Lichter van kleur, zachter en gevoelig voor schimmels en insecten. *Hout*

Stapelgaren — Garen gesponnen uit korte vezels, zoals katoen en wol. Matter en voller dan filamentgaren, en gevoeliger voor pluizen. *Textiel*

Stelpost — Bedrag dat in een begroting is opgenomen voor iets waarvan de prijs nog niet vaststaat. Altijd benoemen als stelpost, anders leest de klant het als afspraak. *Binnenhuisadvies*

Strapwork — Versiering van in elkaar gevlochten banden, alsof leer is uitgesneden. Kenmerkend voor de noordelijke renaissance. *Binnenhuisadvies*

T

Tandlijst — Lijstornament van regelmatig geplaatste blokjes, als tanden. Klassiek, veel toegepast onder kroonlijsten. *Binnenhuisadvies*

Tijk — De stof waarmee een matras of kussen is overtrokken. Bepaalt het ligcomfort aan de bovenkant en of het geheel te reinigen is. *Slapen*

Torus — Bolle, halfronde profiellijst, meestal aan de voet van een zuil of kast. *Binnenhuisadvies*

Traagschuim — Schuim dat reageert op warmte en druk en langzaam terugveert. Volgt het lichaam nauwkeurig, maar geeft weinig veerkracht en kan warm liggen. *Slapen*

Twist — De draaiing die in een garen wordt gedraaid. Meer twist geeft een steviger, gladder garen; minder twist geeft een voller en zachter garen. *Textiel*

V

Veer en groef — Verbinding waarbij een uitstekende rand in een gleuf valt. Klassiek bij vloerdelen en kastwanden. *Hout*

Verspreidporig — Houtsoort waarbij de vaten gelijkmatig over de jaarring verdeeld zijn, zoals beuken en esdoorn. Geeft een rustige, gelijkmatige tekening. *Hout*

Vingerlassen — Verbinding waarbij twee stukken hout met in elkaar grijpende vingervormige tanden zijn verlijmd. Zichtbaar bij goedkoper massief hout en bij verlengde delen. *Hout*

Viltglijder — Vilten dopje onder een meubelpoot. Voorkomt krassen en maakt schuiven mogelijk. Het goedkoopste nevenartikel dat er is en het meest vergeten. *Verkopen*

Vluchtpunt — Het punt op de horizon waar evenwijdige lijnen in een perspectieftekening samenkomen. Eén vluchtpunt geeft een frontaal perspectief, twee geeft een hoekperspectief. *Binnenhuisadvies*

Vollen — Wol onder warmte, vocht en beweging laten vervilten, waardoor het weefsel dichter en steviger wordt. Het maakt van los geweven wol een gesloten doek. *Textiel*

W

Wankant — De natuurlijke buitenrand van de stam, waar de schors zat. Bij ongekantrecht hout bewust zichtbaar gelaten. *Hout*

Werken van hout — Het krimpen en uitzetten van hout door wisselende luchtvochtigheid. Hout werkt vooral in de breedte, nauwelijks in de lengte. Elk meubelontwerp moet daar ruimte voor laten. *Hout*

Wrijfechtheid — Weerstand van een kleur tegen afgeven bij wrijven, droog en nat beoordeeld op een schaal van 1 tot 5. Bij donkere meubelstof en lichte kleding het verschil tussen tevreden en teleurgesteld. *Textiel*

Z

Zichtromp — De delen van een kast die in het zicht komen. Worden in beter materiaal en met betere afwerking uitgevoerd dan de blinde romp. *Meubels*

Zoneverdeling — Indeling van een matras in zones met verschillende hardheid, zodat schouder en heup dieper wegzakken dan de taille. Werkt alleen als de zones op uw lengte aansluiten. *Slapen*

Zwaluwstaart — Verbinding met wigvormige pennen die niet uit elkaar te trekken zijn. Open zwaluwstaart is aan beide zijden zichtbaar, halfverdekt alleen aan één kant. Het teken van goed kastenmakerswerk. *Hout*

© Copyright. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.